fundamenteel

Peptalk, één van de elementen waar je als ouder mee geconfronteerd wordt als je sportende kids in huis hebt. Meteen ook zo belangrijk, niet alleen wát je ze in het oor fluistert, maar ook de manier waarop je dat aanpakt. En timing! Als er elf paar gretige ogen het veld opstappen, dan weet je dat het goed zit.

Thuis aan de keukentafel ligt er regelmatig hockey op het bord. En ze slikken het smakelijk door, het smaakt zelfs naar meer. Enthousiaste verslagen over de gewonnen wedstrijd, grappige verhalen over een bezwete training, het passeert allemaal de revue. Ook de nabeschouwingen over de net verloren wedstrijd zitten wel eens tussen het dessert. Opletten geblazen! Het is toch ó zo verleidelijk om die tegenstander met z’n krulhaar te bekritiseren; hij heeft zeker drie van de onze onder het kunstgras geschoffeld. Of de scheidsrechter was écht partijdig deze keer, niet gezien hoe hij telkens ‘kick’ in ons nadeel floot maar niet omgekeerd? Hela: doorslikken die zure hap en herkauwen die wedstrijd. We zoeken geen excuses bij anderen, jongens. Hebben we er alles aan gedaan om goed te spelen, voor jezelf en voor het team? Schouders recht en kop omhoog dan, fiere blik in de ogen.

Een verloren wedstrijd biedt net peptalk-kansen! Als ze toch nog trots van het veld stappen omdat ze alles voor het team gegeven hebben, dan hebben ze net zo goed gewonnen. Niet makkelijk hoor, 4-0 achter en er toch, soms tegen beter weten in, in blijven geloven. Maar het kan best, en laat hockey nu net een sport zijn waar dat geloof zó belangrijk is. En onmisbaar bij de spelers: zelfvertrouwen. Het is een bepalende factor, eens dat goed zit kunnen ze net dat stapje extra zetten. Maar hoe krijg je in godsnaam dat zelfvertrouwen op peil? Elk heeft wel zijn eigen aparte handleiding, bij de ene is een schouderklop genoeg, de andere kan best een hockey-evangelie gebruiken.

Het begint met een simpele vraag: hoe wil je door de tegenstander behandeld worden? Euhm, je hoort kleine en grote hersenen kraken. ‘Niet te hard’ zegt er ene. Jaja, maar denk eens even na. ‘Eerlijk?’ hoor je ergens aarzelend uit de groep komen. Nu zijn we er, daar ligt onze basis. Natuurlijk vinden jullie een eerlijke behandeling belangrijk. Fair-play zou zowat het vlaggenschip van elke competitiesport mogen zijn, het zorgt ervoor dat de beleving van het spel op het veld spannend, leuk en aangenaam om naar te kijken wordt.

Want kijkers heb je: ouders aan de kantlijn, opa’s en oma’s, vrienden en vriendinnen, broers of zussen… ze willen je allemaal graag zien schitteren. En ze moeten allemaal mee op dat schip, willen of niet. Spelers hebben geen boodschap aan een scheldend en muitend publiek. Spelers willen graag een boost krijgen van hun publiek. En dat kan. Als er naast het hockeyveld respectvol met elkaar omgegaan wordt, zal je de weerspiegeling daarvan op het veld zien. En omgekeerd. Die waarden, fair-play en respect, van kleins af aan met de hockeystick erin pushen is een voorwaarde voor een mooie sportbeleving. Die waarden zorgen er ook voor dat het vertrouwen van spelers in zichzelf én in hun team een stevig draagvlak krijgt. Goed opgelet ma’s en pa’s?

Vorige zaterdag nog op het veld: één van de boys wint overtuigend van een tegenstander die een maatje te klein is. Glunderende blik in de ogen bij het ene elftal, bewolkt bij het andere. Na het laatste fluitsignaal zie je dan toch meteen die gezonde reflex: handen schudden en elkaar bedanken voor de gespeelde wedstrijd. Zo hoort het. Hockey is fun dat men deelt!